HET BEGRIP MONDELINGE ONZEKERHEID 

In de volksmond wordt al gauw het etiket “stotteraar” geplakt op een persoon die kampt met herhaalde stoornissen in de vloeiendheid van de spraak. Dit fenomeen is niet typisch voor het Nederlands, want in andere talen worden gelijkaardige termen gebruikt voor “stotteren”: “stutter” in het Engels, “stottern” in het Duits, “bégayer” in het Frans, “balbuzie” in het Italiaans, “tartamudez” in het Spaans, “gago” in het Portugees,… Allen vatten ze enkel maar de uitwendige of openlijke uitingen van het “stotteren”: nl. de blokkades, herhalingen en ongewilde pauzes tijdens het spreken. Zelfs een gezaghebbende organisatie als de Wereldgezondheidsorganisatie omschrijft “stotteren” onvolledig als ze het definieert als: “onregelmatigheden in het spreekritme, waarbij de spreker precies weet wat hij wil uitdrukken maar daar op het ogenblik niet in slaagt, doordat zich een onvrijwillige herhaling, verlenging of onderbreking van een klank voordoet.”

Merkwaardig genoeg heeft geen enkele omschrijving aandacht voor het “verborgen stotteren”: dit is het typische vermijdingsgedrag, de spreekangst en de minderwaardigheidsgevoelens die het gevolg zijn van “stotteren”.
Dit kan allicht best duidelijk gemaakt worden door het beeld van een ijsberg te gebruiken. Het gedeelte van de ijsberg dat boven het wateroppervlak uitsteekt, zijn de uitwendige uitingen van stotteren of het “openlijk stotteren” (ook wel “primair stotteren” genaamd). Het gedeelte van “stotteren” dat onder het wateroppervlak verborgen blijft, is echter vaak veel groter maar blijft voor de buitenwereld verborgen (“verborgen stotteren” of “secundair stotteren”)

We hopen nu duidelijk gemaakt te hebben dat “stotteren” veel meer is dan louter storingen in de vloeiendheid van de spraak.
Toch is onze analyse nog niet compleet, want opmerkelijk genoeg schijnen stotteraars wel vlot te kunnen spreken wanneer ze helemaal alleen zijn, enkel tegen zichzelf praten en niet gehoord worden door iemand anders. Dit feit toont duidelijk aan dat helemaal niets mis is met de spraakorganen van stotteraars.
Maar wanneer stotteraars daarentegen wel tegen een gesprekspartner spreken, voelen ze zich plots beoordeeld en worden ze een “prestatiedruk” gewaar. Als gevolg daarvan ervaren ze een controleverlies die hen verhindert te zeggen wat ze willen. Opnieuw gaat de gangbare term “stotteren” voorbij aan dit merkwaardige fenomeen.

Als gevolg van deze “prestatiedruk” zal na verloop van tijd een zekere angst ontstaan om bepaalde “moeilijke” lettergrepen uit te spreken. Dit geldt eveneens voor de zogenaamde kernwoorden in een zin (zoals het woord “koffie” in het onderstaande voorbeeld). Als reactie op deze angst zal een stotteraar gaan anticiperen op deze “moeilijke” woorden, waarmee ze in het verleden vaak problemen hadden.


Dit anticiperen op “moeilijke” lettergrepen gebeurt in de praktijk op twee manieren:

1.) Het “openlijk” of primair stotteren: dit is het voor bij de buitenwereld zichtbare gedeelte van “stotteren” ; met het herhalen of overdreven verlengen van een lettergreep of van het begin van een lettergreep, het blokkeren op een woord en een snelle overgang van woorden maken die vaak gepaard gaat met grimassen.

Voorbeeld: “Een een een k k k…koffiealstublieft.”

2.) Het “verborgen” of secundaire stotteren: dit is het voor de buitenwereld onzichtbare gedeelte van “stotteren” ; waarbij synoniemen worden gehanteerd, de zinsbouw wordt gewijzigd, etc..

Voorbeelden: “Een expresso alstublieft” of “Ik ga een kopje koffie nemen alstublieft”


We hopen duidelijk gemaakt te hebben waarom de term “mondelinge onzekerheid” ons meer geschikt lijkt dan de gangbare benaming “stotteren”. We wensen met deze naamsverandering zeker het probleem niet te vergoelijken, maar denken net dat het begrip “mondelinge onzekerheid” veel beter de alledaagse realiteit weergeeft. We zullen voortaan dan ook vooral de term “mondelinge onzekerheid” gebruiken en minder het woord “stotteren”.

Op dit punt gekomen proberen we onze stelling te illustreren aan de hand van het beeld van een ijsberg:

SCHEMA IJSBERG 

DE GEVOLGEN VAN MONDELINGE ONZEKERHEID 

Dagelijks worden slachtoffers van mondelinge onzekerheid geconfronteerd met hun beperkingen. Als gevolg daarvan blijven ze ernstig onder hun mogelijkheden leven. Deze dramatische gevolgen wordt door de buitenwereld vaak ernstig onderschat, maar zijn daarom niet minder reëel aanwezig in de praktijk. We overdrijven zeker niet als we zeggen dat de gemiddelde “stotteraar” slechts aan 50% van zijn mogelijkheden leeft.
Ter illustratie geven we u enkele voorbeelden van vaak voorkomende situaties in het leven van “stotteraars”:
- het stopzetten van de studies uit schrik voor mondelinge examens en presentaties
- werkloos blijven of geen promotie krijgen op het werk
- geen normaal relationeel of privé-leven kunnen uitbouwen
- ….

Mondelinge onzekerheid heeft daarnaast ernstige sociale gevolgen. Wanneer een “leek” plots met een slachtoffer van mondelinge onzekerheid geconfronteerd wordt, is de eerste reactie vaak één van verrassing. Afhankelijk van de persoonlijkheid van de gesprekspartner zal deze daarna reageren met medelijden, spot, boosheid, plaatsvervangende schaamte,….
Maar ook wanneer iemand last heeft van “verborgen stotteren” zal hij/zij een negatieve indruk nalaten op een “vreemde”. Een slachtoffer van mondelinge onzekerheid wordt dan aanzien als:
- een verward iemand die niet weet wat hij wil en niet recht op zijn doel afgaat
- een overspannen persoon als hij veel te snel probeert te spreken
- iemand die onbeleefd is of zelfs als een stomme, indien hij gewoon niets zegt
- iemand met een gebrek aan zelfvertrouwen

Niet enkel “vreemden”, maar ook de eigen familie en vrienden weten vaak geen raad met het probleem van mondelinge onzekerheid. Dat blijkt vaak uit de reacties die “stotteraars” krijgen van kennissen. We geven u een greep uit de reacties:
- “Bij momenten spreek je goed”
- “Praat toch wat langzamer”
- “Kalmeer nu toch eens”

Opnieuw zien we dat buitenstaanders vooral aandacht hebben voor het “openlijk stotteren” en nooit voor de verborgen kant van de mondelinge onzekerheid (“het verborgen stotteren”). Nochtans is dit laatste cruciaal om tot een goed begrip te komen van de problematiek. Slachtoffers van mondelinge onzekerheid hebben namelijk als gevolg van hun spraakgebrek vaak last van een erg negatief zelfbeeld, dat mede de mondelinge onzekerheid in stand houdt en het zelfs nog verergert.

BIJKOMENDE COMMENTAREN 

- Vaak hoor je logopedisten of andere hulpverleners spreken van “gradaties” in “stotteren”. Daarmee bedoelen ze dat de éne persoon zwaarder stottert dan de andere.
We willen deze vaststelling in geen geval ontkennen, maar toch is ze voor ons onbelangrijk. De enige realiteit is immers deze van de mondelinge onzekerheid. Laat ons dit duidelijk maken met het voorbeeld van een mondeling onzeker persoon die perfect gedurende 1 uur een vloeiende toespraak kan houden voor vrienden en familie, maar enkele minuten later blokkeert wanneer hij aan de telefoon een “vreemde” moet opbellen. Ook deze persoon is mondeling onzeker, ondanks het feit dat hij erin slaagde om vloeiend te spreken tegenover familie en vrienden. Hij zal het probleem van mondelinge onzekerheid en de sociale gevolgen ervan (frustraties, schaamte, ontgoochelingen,…door “controleverlies”) niet anders beleven dan iemand die zogezegd een “zware stotteraar” is.

Wel van belang zijn de gradaties in situaties, in die zin dat er “gemakkelijkere” en “moeilijkere” situaties zijn. Spreken tegenover volkomen vreemden is vaak een grotere beproeving dan spreken tegen de eigen vrienden die reeds op de hoogte zijn van de mondelinge onzekerheid. Maar de beleefde realiteit van mondelinge onzekerheid blijft opnieuw dezelfde, zoals de gevoelens van frustratie door het gebrek aan controle over de spraak.


- Vaak hoor je “stotteraars” ook zeggen dat ze meer problemen hebben met bepaalde letters dan met andere. Zo hebben ze dan bijvoorbeeld vooral problemen met de “d”, de “t”, de “k”,…
Toch is het niet relevant om te spreken van “letters”, omdat dit slechts taalkundige tekens zijn die voor het overige weinig betekenis hebben in de spraak. We spreken daarentegen wel van “lettergrepen”, die wel belang hebben bij het spreken. Zo aanzien we de letter “y” niet als één letter, maar wel als twee lettergrepen (want de uitspraak is “ i grec”).

Daarenboven blijkt dat de spraakorganen van “stotteraars” wel perfect werken, zoals blijkt als ze alleen zijn en enkel tegen zichzelf praten. Een grote angst voor bepaalde “moeilijke” letters is dus niet nodig, want theoretisch gezien kunnen slachtoffers van mondelinge onzekerheid deze perfect uitspreken.

Wat wel waar is, is dat een vicieuze cirkel kan ontstaan wanneer iemand herhaaldelijk blijft blokkeren op hetzelfde woord of dezelfde lettergreep. Een slachtoffer van mondelinge onzekerheid sleept dan deze slechte herinnering met zich mee, zodat een negatieve spiraal kan ontstaan. Dit gebeurt vooral bij vaak voorkomende “moeilijke” woorden, zoals de eigen voornaam. Wanneer iemand die “Koen” heet herhaaldelijk blokkeert bij het uitspreken van zijn naam, zal een negatieve spiraal in werking treden. In extreme gevallen zal “Koen” dan zelfs een andere voornaam kiezen, die hij gemakkelijker kan uitspreken (zoals bijvoorbeeld “Jan”).



- De vaak gehoorde opmerking dat het vooral mannen zijn, die last hebben van mondelinge onzekerheid klopt. Zo hebben in Frankrijk reeds 3 000 “stotteraars” een stage gevolgd bij Ivan Impoco en slechts 15 % daarvan waren vrouwen. Dit cijfer blijft overigens stabiel over de jaren. Misschien is dit lage cijfer mede te wijten aan het feit dat vrouwen minder vlug een stage komen volgen dan mannen, maar dan nog zijn het vooral mannen die last hebben van mondelinge onzekerheid.

Zo wordt geschat dat ongeveer 80% van de slachtoffers van mondelinge onzekerheid van het mannelijk geslacht zijn tegenover slechts 20% vrouwen. Daarbij moeten we in rekening nemen dat ongeveer 1 % van de bevolking “stottert”, zodat wereldwijd ongeveer 60 miljoen mensen last heeft van mondelinge onzekerheid. Bijna 50 miljoen daarvan zijn mannen en de resterende 10 miljoen zijn van het vrouwelijke geslacht. Voor Vlaanderen betekent dit dat 60 000 mensen last hebben van mondelinge onzekerheid: 50 000 mannen en 10 000 vrouwen.

Deze cijfers doen meteen vragen oproepen naar de oorzaak van mondelinge onzekerheid en naar het bestaan van een “stottergen” dat dan verband zou houden met een typisch mannelijke eigenschap. Toch heeft de wetenschap vooralsnog geen sluitende verklaring gevonden voor “stotteren”, maar allicht is mondelinge onzekerheid het gevolg van een complexe samenloop van factoren. Erfelijkheid speelt hierbij zeker een rol, want mondelinge onzekerheid komt zeer vaak in dezelfde families voor. Toch is de factor erfelijkheid alleen een onvoldragen verklaring van het probleem, want in 25 % van de gevallen heeft een slachtoffer van mondelinge onzekerheid geen enkele aanverwant die eveneens ”stottert”. Allicht is “stotteren” dus te verklaren door een complexe interactie tussen genetische, psychologische en omgevingsfactoren, maar hoe de causale verbanden juist werken heeft de wetenschap vooralsnog niet kunnen achterhalen.



- Vaak zijn leken verwondert wanneer blijkt dat slachtoffers van mondelinge onzekerheid wel normaal kunnen zingen.
Nochtans is deze vaststelling niet zo verwonderlijk, want zingen is niet hetzelfde als praten. Met praten bedoelen we dan het woord nemen en iemand iets vragen (b.v. een bepaalde inlichting), waarbij een sterke persoonlijke betrokkenheid meespeelt. Fenomenen zoals “prestatiedruk” en “controleverlies” zijn dus bij zingen veel minder sterk aanwezig dan bij spreken in het openbaar.

Hetzelfde gebeurt bijvoorbeeld ook bij theater spelen of bij het spreken van een vreemde taal. Wanneer een “stotteraar” theater speelt is de persoonlijke betrokkenheid vaak veel lager dan in het dagelijks leven (hij speelt immers slechts een rol), met een vloeiender spraak tot gevolg. En wanneer iemand een vreemde taal spreekt en problemen heeft zich vloeiend uit te drukken, wordt dit door de gesprekspartner niet aanzien als een uiting van mondeling onzekerheid (maar als het onvoldoende beheersen van de taal) en bijgevolg zal de “prestatiedruk” verminderen.