home
Home  » Ook stage volgen?

DE STAGE 

De Vlaamse Stotter Unie (VSU) probeert steeds om kandidaat-stagiairs zo grondig mogelijk te informeren over de Impoco-techniek en het verloop van een stage. Op die manier vermijden we mogelijk valse verwachtingen van kandidaat-stagiairs en komen vooral gemotiveerde kandidaten een stage volgen. De Impoco-techniek is geenszins een wonderpil tegen mondelinge onzekerheid, maar enkel een hulpmiddel voor gemotiveerde “stotteraars”. Daarom vragen we met aandrang aan kandidaat-stagiairs om onderstaande info grondig door te nemen. Enkel degenen die zichzelf voldoende gemotiveerd achten, zijn gebaat bij een vierdaagse stage. Het inschrijvingsformulier voor een stage kan u alvast hier downloaden.

VOOR DE STAGE 

Vooraleer iemand een Impoco-stage wil volgen, ontvangen wij hem/haar liefst eerst op afspraak. Dit eerste contact is geheel vrijblijvend en biedt de kandidaat-stagiair de mogelijkheid om tijdens een VSU-vergadering in contact te treden met oud-stagiairs. Daarna kan de kandidaat-stagiair nog in eer en geweten uitmaken of de Impoco-methode hem/haar ligt.

Wanneer een slachtoffer van mondelinge onzekerheid in contact komt met de VSU en de Impoco-methode noteren we globaal genomen een 8-tal verschillende reacties:

1.) De eerste groep ziet zijn spraakgebrek helemaal niet als een probleem en kan er perfect mee leven. Het feit slachtoffer te zijn van mondelinge onzekerheid wordt als iets “unieks” ervaren (slechts 1% van de bevolking heeft het ! ) en het heeft best zijn charmes.
2.) Een tweede groep probeert mondelinge onzekerheid vooral te “dedramatiseren”. “Er zijn toch ergere zaken in de wereld, denk maar aan iemand die fysisch of mentaal gehandicapt is”, is dan een typische reactie. Objectief gezien klopt deze zienswijze wel, alleen valt er aan een fysische of mentale handicap maar weinig te veranderen, terwijl dit wel zo is bij het probleem van mondelinge onzekerheid.
3.) Een derde groep is vooral begaan met de oorzaak van mondelinge onzekerheid en gaat veel minder op zoek naar een oplossing voor het eigen spraakprobleem. Deze groep zoekt vooral een forum om te discussiëren over het probleem met logopedisten en andere direct betrokkenen.
4.) Een vierde groep heeft vooral nood aan een troostende schouder om het hart te luchten over het eigen spraakgebrek eerder dan zelf op zoek te gaan naar een geschikte therapie. Deze houding is vooral ingegeven door herhaalde mislukkingen van therapieën.
5.) Een vijfde groep probeert gewoon te leven met de beperkingen van mondelinge onzekerheid. Typisch voor deze groep is het “verborgen stotteren”: veelvuldig worden synoniemen gebruikt, wordt een andere zinsbouw aangewend, wordt heel snel gesproken… Het dient duidelijk te zijn dat ze uiteindelijk vooral zichzelf bedriegen door het echte probleem niet onder ogen te willen zien.
6.) Een zesde groep streeft vooral naar erkenning door de maatschappij als “gehandicapte” en wil proberen om de menselijke natuur te veranderen om zo meer begrip te krijgen voor het probleem van mondelinge onzekerheid. Typische reacties van hen zijn: “Men moet me maar nemen zoals ik ben”, “De maatschappij mag ons niet uitsluiten”, …
7.) Een zevende groep probeert vooral mondelinge onzekerheid te accepteren en bijgevolg ook de dagdagelijkse vernederingen die er het gevolg van zijn. Een bepaalde groep van logopedisten steunt deze zienswijze vanuit de veronderstelling dat er toch geen geschikte therapie beschikbaar is voor “mondelinge onzekerheid” en dat de slachtoffers ervan zich bijgevolg moeten verzoenen met hun spraakgebrek.
8.) Een laatste groep lijdt erg onder de dagelijkse vernederingen en frustraties die het gevolg zijn van mondelinge onzekerheid. Ze willen er absoluut van verlost geraken, omdat ze beseffen dat ze ernstig onder hun mogelijkheden blijven leven. Het besef bij deze groep is aanwezig dat de buitenwereld hard is en dat het bijgevolg weinig zin heeft iets te willen veranderen aan de menselijke natuur. Ze willen niet langer zichzelf bedriegen door vluchtwoorden te gebruiken of gewoon te zwijgen (“verborgen stotteren”), maar willen zich net in alle situaties vlot kunnen uitdrukken. En ze beseffen tevens dat logopedisten geen oplossing hebben voor mondelinge onzekerheid, omdat ze enkel het uitwendige fenomeen proberen te behandelen en te weinig voeling hebben met de problematiek.



Het is vooral naar deze laatste groep dat de VSU en de Impoco-methode zich richten, omdat enkel zij de nodige motivatie en doorzettingsvermogen hebben om zich te perfectioneren in het vloeiend spreken.
De overige zeven “belevingswijzen” van mondelinge onzekerheid wensen we weliswaar te respecteren, maar toch denken we dat ze geen baat hebben bij een 4-daagse stage. Uiteindelijk ontbreekt bij hen de motivatie en de wilskracht om echt aan het vloeiend spreken te werken.

We wensen nog aan te stippen dat een stagiair minimum 9 jaar moet zijn vooraleer hij/zij toegelaten wordt tot een stage. Belangrijk daarbij is opnieuw dat het kind gemotiveerd is en dat het niet gedwongen wordt door de ouders om een stage te komen volgen. Overigens moet een minderjarige tijdens de volledige duur van een stage steeds begeleid worden door een volwassene.

TIJDENS EEN STAGE 

Het verloop van een stage

Zoals reeds gezegd duurt een Impoco-stage 4 dagen (van woensdag tot zaterdag). Deze stages verlopen steeds volgens hetzelfde vaste patroon:

1ste dag: de eerste dag wordt uitsluitend in de beschermende omgeving van de stageruimte gewerkt. In de voormiddag moeten de nieuwe stagiairs zich voorstellen. Op het einde van de voormiddag worden dan de fundamenten van de Impoco-techniek uitgelegd. In de loop van de namiddag wordt intensief gewerkt aan het inoefenen van de techniek met het oog op de confrontatie met de buitenwereld ’s anderendaags.

2de en 3de dag: in de voormiddag wordt de techniek verder ingeoefend. In de namiddag worden dan telefoonsimulaties gehouden en trekken we naar de stad om inlichtingen te vragen aan handelaars en voorbijgangers.

4de dag: op de laatste dag van een stage wordt vooral uitgelegd wat te doen na de stage. Zo leren de stagiairs hoe de nieuwe techniek uit te leggen aan naasten (familie en vrienden) en welke oefeningen ze thuis dagelijks moeten doen om zich te perfectioneren. Een belangrijk document bij dit alles is de “Leidraad na de stage”.

"Normaal gezien wordt een dergelijke stage in Vlaanderen één- à tweemaal per jaar georganiseerd in de buurt van Aalst. De kostprijs van zo'n 4-daagse stage is 950 euro. Wel dient hieraan toegevoegd te worden dat nadien nooit meer over geld gesproken wordt en dat oud-stagiairs eveneens onbeperkt toegang krijgen tot alle Impoco-stages overal ter wereld."
In regel worden de stages geleid door de Fransman Ivan Impoco zelf. Een oud-stagiair staat hem steeds bij om vertalingen te geven van het Frans naar het Nederlands. Toch kan niet worden uitgesloten dat in de toekomst stages volledig geleid zullen worden door een ervaren Vlaamse oud-stagiair.

Normaliter omvat een stage een 3 à 10-tal nieuwe stagiairs. Belangrijk daarbij is dat de nieuwe stagiairs best vergezeld worden door een familielid. Zodoende zijn deze op de hoogte van de Impoco-techniek en kunnen ze de stagiair helpen begeleiden na afloop van de stage, wanneer blijkt dat deze nog fouten maakt.

De gehanteerde methodiek

De gebruikte methodiek is zoals reeds gesteld volledig gebaseerd op persoonlijke ervaring. De lesgevers zijn immers zelf slachtoffer van mondelinge onzekerheid en zijn bijgevolg bijzonder goed geplaatst om het probleem te analyseren. In zekere zin kan de Impoco-techniek zelfs vergeleken worden met een aantal Oosterse vechtsporten: er wordt immers getracht om het lichaam te controleren via de geest. Daarom is er tijdens stages zowel aandacht voor een training van het verbale (de spraak) als het niet-verbale aspect (het mentale).

Of om het anders uit te drukken: we leren vloeiend te spreken aan de hand van een “manuele versnellingsbak”, terwijl degenen die geen last hebben van mondelinge onzekerheid beschikken over een “automatische versnellingsbak”.

NA DE STAGE 

Na afloop van een stage begint het echte werk pas, want voortaan valt de beschermde omgeving van de stage weg en moet de stagiair zelf de harde buitenwereld zien te trotseren. Toch staat hij/zij daarbij niet alleen, want maandelijks organiseert de Vlaamse Stotter Unie (VSU) werkvergaderingen om oud-stagiairs te helpen zich te perfectioneren in het vloeiend spreken. De VSU probeert daarbij het aangename aan het nuttige te koppelen, want dit perfectioneren gebeurt steeds in een aangename sfeer samen met andere oud-stagiairs.

Daarnaast krijgt de oud-stagiair onbeperkt toegang tot alle stages overal ter wereld en is het sterk aangeraden om 4 maanden na de beginstage een vervolgstage te komen volgen.

Een centraal document na afloop van de stage is de “Leidraad na de stage”, waarbij omstandig uitgelegd wordt wat te doen na afloop van de stage.

Overigens dienen familieleden en vrienden geïnformeerd te worden over de techniek. Dit is belangrijk, omdat anders stagiairs de neiging hebben de techniek te camoufleren in het dagelijks leven en hem dus onvoldoende toe te passen. Bovendien is het verschaffen van uitleg over het gebruik van de techniek aan naasten (familie, vrienden, collega’s,…) een uitstekende gelegenheid om aan zelfvertrouwen te winnen en de techniek in de praktijk te brengen.